Hoera,wij zijn 20!

Rivas is 20! We vroegen onze volgers op Facebook daarom wie fijne herinneringen heeft aan het bevallen in het Beatrixziekenhuis, want we wilden hun 20-jarigen wel in het zonnetje zetten. Reacties genoeg!
Mandy, Nadine, Roos, Marit, Lotte, Manouk, Rachelle, Abeth en Kirsten kwamen 20 jaar geleden ter wereld in het Beatrixziekenhuis. Ze vertellen over hun toekomstplannen.

Abeth Manuputty

'Ik wil interactie'

‘De opleiding tot onderwijsassistent heb ik afgerond en nu zit ik middenin mijn tussenjaar. Momenteel werk ik bij een bakker. Ik twijfel nog wat ik ga doen: een lerarenopleiding of de opleiding tot verloskundige. Ik weet inmiddels dat ik in mijn werk volop interactie met mensen wil. Het sociale aspect vind ik leuk en onmisbaar. Zoveel dingen zijn leuk en mijn toekomst ligt nog helemaal open. Dat vind ik een heel fijn idee.’

Roos Broer

'Met mensen werken'

‘Ik studeer Tourism in Wageningen. Wat ik na mijn studie wil doen, weet ik nog niet; de sustainable of de environmental-kant. Maar daar hoef ik nu gelukkig nog niet over te beslissen. Met mensen werken wordt het wel; als leidinggevende van een team of door klanten een mooie en nuttige dienst te bieden.’

Marit Broer

'Het onderzoek in'

‘Ik doe de studie psychologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daarnaast roei ik vier keer per week. Dat lijkt veel maar het is heel goed met school te combineren, hoor. Ik vind het heerlijk om op het water te zijn. Na mijn studie wil ik als onderzoeker gaan werken. Het liefst op het vlak van het brein en cognitie.’

Rachelle van Andel

'Waardeer anderen'

‘Ik ben bezig met de hbo-opleiding social work. Graag ben ik onder mensen, dus het is geen verrassing dat ik ook graag met mensen werk. Toen ik al veel jonger was, vond ik het belangrijk om geen onderscheid tussen mensen te maken. En andere mensen te waarderen, ook als ze anders in het leven staan en andere ideeën hebben. Die kwaliteiten en eigenschappen hebben mijn ouders bij mij ontdekt en gestimuleerd. Die kan ik na deze opleiding ook goed gebruiken. Ik zou aan de slag kunnen bij de politie, reclassering maar ook met gedetineerden in een gevangenis. Wat het precies wordt, weet ik nog niet.’

Kirsten de Groot

'Voor mensen zorgen'

‘Ik ben begonnen aan het laatste jaar van mijn opleiding tot verpleegkundige. De zorg voor kinderen trekt mij het meeste aan. Op dit moment werk ik in het kader van mijn studie op een woongroep met kinderen met een verstandelijke beperking en dit combineer ik met het werken met cliënten op een afdeling geriatrische revalidatie. Ik vind het fijn om voor mensen te zorgen en een goede band op te bouwen. Het mooiste is als ik kan aansluiten bij wat iemand wenst en nodig heeft. Als dit lukt, heb ik echt een fijne werkdag. Ik heb hart voor de zorg als verpleegkundige. Ik zou echt nooit meer iets anders willen doen.’

Nadine van der Vlies

'Een leuke studie'

Ik vind wiskunde en bedrijfskunde leuk. Mijn studie bedrijfs- en consumentenwetenschappen in Wageningen sluit daar goed op aan. Tijdens mijn opleiding gaat het om het bedrijfsleven, voedingsmiddelen en de daarbij betrokken consumenten. Ik zit nu aan het einde van mijn tweede jaar. Ik ben blij met mijn keuze voor deze studie. Ik vind het leuk. Nu ben ik bezig om met mede-studenten een nieuwe frisdrank te ontwerpen voor een fabrikant. Na mijn opleiding wil ik een master gaan doen in marketing of in management. En daarna? Dat zien we dan wel.’

Mandy van der Wal

'Het liefst bij de politie'

‘De opleiding tot tandartsassistent heb ik inmiddels afgerond. Mijn stage heb ik zelfs hier in het Beatrixziekenhuis gedaan bij oud-kaakchirurg Van Damme. Dat was leuk en leerzaam.

Inmiddels ben ik erachter dat ik het vak van tandartsassistent niet uitdagend genoeg vind. Ik weet wat ik wel wil en dat is iets totaal anders. Ik houd ervan om met mensen te werken, hen te helpen en helpen iets nieuws te leren. Daarom wil ik proberen door de selectie voor de politie-opleiding te komen. Als het niet lukt, wil ik de docentenopleiding gezondheidszorg en welzijn gaan doen.’

Lotte Voorwerk

'Instructeur bij defensie'

‘Ik zit in het laatste jaar van de opleiding CIOS in Goes. In juli heb ik mijn diploma hiervoor mogen behalen. Sporten vind ik heerlijk en ik vind het echt fijn om met mensen om te gaan.

Tijdens mijn opleiding heb ik geleerd hoe je mensen kunt ondersteunen bij het luisteren naar hun eigen lichaam en hoe je ze kunt helpen om gezond te leven en goed en verantwoord te bewegen. Hierna ga ik een HBO opleiding psycho-motorische therapie volgen en als ik deze heb afgerond wil ik graag gaan reizen. Tot slot zou ik graag aan de slag gaan als sportinstructeur bij Defensie. Dat werk lijkt me echt top.’

Manouk Voorwerk

'Werken in het BZ'

‘Ik doe de opleiding tot verpleegkundige aan het Vitalis College in Breda. Graag zou ik als het zover is, mijn stage hier in het Beatrixziekenhuis willen doen. Graag wil ik gaan werken met kinderen en als verpleegkundige iets voor hen betekenen. Mijn specialisatie weet ik ook al; dat wordt oncologie. Veel familieleden ben ik verloren aan kanker en door mijn kennis en kunde straks in te kunnen zetten, heb ik het idee dat ik zo iets voor hen terug kan doen. Het is mooi als patiënten straks door mij een kort moment even vergeten dat ze ziek zijn. Ja, werken in de zorg is mijn toekomst en daar heb ik ontzettend veel zin in!’

Angelique Boezer

'Nog steeds een
goed gevoel'

Met loeiende sirene werd Angelique met haar te vroeg geboren zoon Mathijs per ambulance langs de file naar het Beatrixziekenhuis gebracht. ‘Mathijs kwam zes weken te vroeg op de wereld en dat zorgde voor een hoop spanning bij mij. Veel dingen gingen daardoor niet vanzelf, maar door de hulp en ondersteuning van de verpleegkundigen kijk ik 20 jaar later nog steeds met een goed gevoel terug op deze periode.’
Mathijs was zo klein dat ik bang was hem pijn te doen. Van de verpleegkundigen van het ziekenhuis leerde ik hoe ik Mathijs dicht tegen mijn borst aan kon houden en met hem kon kroelen. Ook ondersteunden zij mij bij het wassen en verschonen van de luiers. Ik kreeg daar steeds meer zelfvertrouwen door. En dat had ik zó nodig als jonge moeder.’
Mathijs moest twee weken op de couveuseafdeling verblijven. Angelique, die op de kraamafdeling lag, kon via een camera boven de couveuse haar zoontje zien. ‘Na twee weken mocht Mathijs uit de couveuse; geen slangetjes meer aan zijn lijfje. ‘Dat was een mooi moment.
Ik had een knuffel bij Mathijs in de couveuse gelegd, die ik een nacht bij mij droeg onder mijn shirt tegen mijn huid op advies van de lieve verpleegkundigen. Zo herkende Mathijs mijn geur en was ik steeds bij hem. Ook als ik er niet was, was ik zo toch een beetje bij hem. Inmiddels is Mathijs een grote, gezonde knul op kamers die in september aan het derde jaar van zijn studie begint. Die knuffel is altijd speciaal gebleven; nog heel lang is het de lievelingsknuffel van Matthijs geweest. We hebben hem nooit meer weggedaan.’